luther preekt 345Inleiding

Pater Luther (1) een haast onsterfelijke man uit de 16e eeuw. Immers van de 15e eeuw, waarin hij op 10 november 1483 geboren werd, heeft Luther maar weinig meegemaakt. En toch zal zijn hele leven bepaald worden door de breuklijn tussen de middeleeuwen en de nieuwe tijden (2). Ligt in deze eeuw niet een keerpunt in de Europese geschiedenis?

Europa was in beweging geraakt. Naast de ridders en de geestelijken is een nieuwe stand tot bloei gekomen. De handel zoekt nieuwe afzetgebieden, die steeds verdere horizonten aftasten. De nijverheid is overgeschakeld op technische hulpmiddelen, weliswaar in een eerste stadium. Hieronder valt, zeker niet in het minst, de boekdrukkunst op. Boekdruk, enerzijds in boeken, maar anderzijds ook met pamfletten en spotprenten.

Wat meer is, een toenemend aantal mensen zal voor het eerst aan 'cultuur' kunnen doen. De voeding, als primaire en enige bezigheid, staat niet langer centraal. Er is steeds meer tijd over om ook aan andere zaken te denken. Daar hoort ook het religieuze bij, dat de behoefte doet voelen om constructief in plaats van consumptief bezig te zijn.

De zo ontstane Renaissance binnen de kunst en de wetenschap wil terug naar een 'oude glorie' en een oud welzijn, maar nu voor allen, met de kreet: 'terug naar de bronnen'. Die bronnen zijn ongetwijfeld de klassieke oudheid en het rijke verleden, maar anderzijds ook de Bijbel.

En toch zal ook de 16e eeuw reeds ontdekken hoe ongenadig de economische terugslag kan zijn. Bij de eerste beelden van de nieuwe maatschappij horen ook de tegenbeelden. Die zullen zich bitter herhalen, bijna in alle eeuwen nadien.

Mogen wij misschien voorzichtig stellen, dat wij in de 16e eeuw kennis maakten met onze maatschappij, zoals die vandaag functioneert, met al zijn ups en downs? Binnen die maatschappij zullen wij aan de hand van Luther ontdekken wat er de theologische en godsdienstige consequenties van zijn.

Universiteiten

Het beeld zou echter onvolledig zijn als we niet het universitaire leven van die dagen in ogenschouw nemen (3). In overweging nemende wat er zich tegenwoordig in de studentenwereld afspeelt, zullen we oog moeten hebben voor wat op dat vlak toen in de universitaire wereld gaande was.

Europa is dan één grote universiteit, als het om onderlinge contacten en uitwisselingen gaat, zowel tussen de hoogleraren als tussen studenten. Men studeert er niet aan één universiteit, zonder de fleur van het vak te zoeken in andere instellingen van wijsheid en wetenschap.

Daar wordt er geanimeerd over alles nagedacht en van daaruit gaan de gedachten over in het maatschappelijk leven en in de omgeving. Men staat er kritisch tegenover de toekomst en sceptisch tegenover het verleden. In deze middens groeit een nieuw bewustzijn.

De aankomende student is meer dan wie ook geëngageerd met zijn omgeving bezig. Hij wordt gestimuleerd en beïnvloed door twee soorten hoogleraren: zij die hem aanmoedigen en anderen die hem afremmen. Dit proces bepaalt mede de geschiedenis. Ook Luther plukt hier de vruchten van.

Luther voor 1500

Luther is in Eisleben geboren op 10 november 1483, toen zijn ouders er op doorreis waren. Hij zal er ook, 62 jaar later en opnieuw op doorreis, sterven (4). Op Sint-Maartensdag, 11 november, wordt hij er gedoopt: Maarten heet hij. Zijn ouders, Hans Luther en diens vrouw, komen uit de streken van het Thüringenwoud. Naar landsgebruik zal Hans, komend vanuit een landbouwersgeslacht, zijn leven zelf moeten maken, vanuit een erfenisbeurs (5). Hij kiest echter voor de mijnbouw en zal zich daarin ook stilaan opwerken tot een zekere welstand in Mansfeld, het plaatsje dat hij zelf had uitgekozen.

Luther vanaf 1500

In 1501 beginnen de universitaire studies, met eerst het baccalaureaat (1502) en daarna de meestersgraad (1505). Dit aan de universiteit van Erfurt, die toen in groot aanzien stond. Nauw aan de kerk verbonden stond deze instelling ook open voor andere invloeden. Luther werkte er hard, zich ontspannend in zijn geliefde muziek. En dan, na enkele maanden rechtenstudie, vlucht Luther het klooster der Augustijner-eremieten in Erfurt in. Zijn omgeving reageert van verbaasd tot geërgerd. Vooral vader Luther kan zich in deze beslissing van zijn zoon niet terugvinden.

Maar wat Luther eenmaal beslist is beslist. Ook later zou dat nog blijken. Wij schrijven 1505, Luther is dan 22 jaar. Maar aan de studies komt hiermee nog geen einde. Na de beroemde juridische faculteit van Erfurt begint nu zijn theologische ontwikkeling, binnen een ernstige kloostergemeenschap.

Pater Luther, 17 juli 1505 tot ?

De keuze voor het klooster was op zich niet zo uniek. Naast de verloedering op vele plaatsen waren het elders nog steeds centra van rust en vrede, van toewijding en ingetogenheid en niet zelden centra van wijsheid en onderzoek. Meer dan eens vormde het klooster het alternatief voor een kerk in de crisis. Het is heel merkwaardig hoe voor- en tegenstanders slechts op dit punt eensluidend waren in hun biografie over Luther: het is een periode van plichtsgetrouwe vervulling van vier kloosterjaren. Op 19 december 1506 wordt Luther tot priester gewijd en op 2 mei 1507 leest hij zijn eerste openbare mis, waar ook zijn vader bij aanwezig is.

Zelfs op 17 maart 1509 schrijft hij nog aan Braun in Eisenach dat alles hem goed gaat en dat zijn carrière een normaal verloop kent. Deze overgang naar het klooster heeft zijn verdere leven sterk bepaald. Hier zal hij, naar de gebruiken, dagelijks theologie studeren, hier zal hij gesprekken voeren, die zijn nieuwe weg helpen schetsen.

Maar Luther wil dieper op de zaken ingaan. Tegen de raad van zijn medebroeders graaft hij ook dieper in de Bijbel. Het "broeder Luther, laat de Bijbel maar liggen, leer de oude leraars, die leggen het je wel uit, de Bijbel zelf maakt onrustig!" heeft hij naast zich neergelegd. Hij wil juist vanuit de Bijbel deze onrust bestrijden. Vooral het doen van de goede werken, de zelfkastijding, maken hem niet gelukkiger. Hij gaat op zoek naar een genadige God, een God zonder aanziens des persoons, een God die ons niet loslaat, sterker, op zoek naar een God die ons helpt waar wij onmachtig zijn.

Ondertussen is Luther tijdelijk met zes medebroeders in Wittenberg ingesprongen op de nieuwe universiteit, die Frederik de Wijze er gesticht had. Hiertoe had Johann von Staupitz, de deken van de faculteit van godgeleerdheid, hen geroepen. Hij was niet alleen medebroeder, maar ook biechtvader van o.a. Luther. Zijn invloed op Luther is zeer groot geweest.

In Wittenberg begint Luther de zedekunde van Aristoteles te onderrichten. Pas later na zijn promotie tot 'baccalaureus ad biblia' volgen colleges in de bijbelvakken. Hier vinden echter ook zijn veelvuldige gesprekken met von Staupitz plaats. Deze bleef tot het einde toe rooms-katholiek, terwijl hij Luther in feite een andere weg wees. Luther herinnerde zich later een woord van hem: "ons waar berouw moet niet worden gedacht als een uiting van en verworven door onze liefde tot God, maar gaat uit van Gods liefde voor ons ... Gods liefde gaat voor en schenkt ons berouw ... door berouw in Gods liefde bescherming ..."

Hier gaat Luther inzien dat Christus' lijden ook voor hem bedoeld was. Een nieuwe vacature in Erfurt brengt hem echter daar op de universiteit terug. Wij tekenen 1509-1510 op. Luther is nu 27 jaar. In deze periode doceert hij Petrus Lombardus' 'sententiën' en maakt hij diepgaand kennis met Augustinus' ideeënwereld.

Rome 1510-1511

Binnen de Augustijner kloosters is er een controverse ontstaan, laat ons zeggen, tussen de harde lijn en de soepele lijn. Hiermee staat ook de eenheid van de orde zelf op het spel. Maarten Luther wordt met de opdracht naar Rome gestuurd om bij de overheden raad en uitsluitsel te bekomen en om de zaak er ook te bepleiten. Van deze gelegenheid maakt hij gebruik om ook daar genademiddelen te beproeven. Hier ziet hij iets van het pauselijke hofleven dat hem shockeert. Het is echter onjuist dat hij vele schatten en kunstwerken zou hebben ontdekt, want die waren nog niet tentoongesteld of vervaardigd.

Wat hem echter wel (en daar schrijft hij ook over) tegen de borst stuitte was de oneerbiedigheid en de schijnheiligheid in en om de kerk. Rome kwam op hem niet over als het hoogtepunt van geloof en vroomheid.

Terug van Rome wordt hij subprior te Wittenberg (augustus 1511)  en prediker in de daaraan verbonden kerk. Een jaar later, op 19 oktober 1512, is hij doctor in de godgeleerdheid. Op 22 oktober volgt hij von Staupitz op in het professoraat. Zijn eerste colleges behandelen de psalmen.

De ontdekking van zijn leven is waarschijnlijk Romeinen 1: 17 geweest. Dat hij deze ontdekking op het toilet van de toren van het klooster deed mag onzin heten, hoeveel klachten Luther van zijn kant ook mag hebben gehad.

Over zijn Romeinenvondst schrijft Luther zelf pas in 1545, hoewel deze reeds eerder in zijn colleges terug te vinden is. De lijn is duidelijk te trekken: te beginnen bij Paulus gaat het verder naar Augustinus. Luther ontdekt dat "de rechtvaardige niet rechtvaardig gemaakt is, maar door God voor rechtvaardig verklaard wordt, uit genade als rechtvaardige aangezien". Dat betekent voor Luther niet meer hopeloos werken vanuit zichzelf, als onmachtig schepsel...

Opnieuw moet ik stellen: hier komt niets nieuws. De praktijk van de kerk was er echter toen niet naar. Op dat moment verweet Luther het de kerk nog niet, maar hij leerde het wel anders aan zijn studenten. Rechtvaardiging door het geloof. Ik kan het mij zo moeilijk voorstellen hoe dat geklonken heeft in Luthers tijd.

Ondertussen is Maarten Luther vicaris geworden, verantwoordelijk voor elf kloosters in het district Saksen-Tübingen. Sinds 1515 heeft hij ook de volledige leiding van de theologische studies in Wittenberg. In dit jaar worden zijn colleges over de Romeinenbrief gegeven. In zijn correspondentie met vrienden, kloostergenoten en in allerlei dienstbrieven komt nu steeds duidelijker naar voren dat Luther op een nieuwe theologische weg is geraakt.

Naast de oude en bestaande commentaren gaat hij ook zelf aan de slag. Hij wordt sterk geholpen door de Griekse 'heruitgave' van het Nieuwe Testament, verzorgd door Erasmus. Daarbij ontdekt hij naast Augustinus ook Hieronymus en latere vergeten kerkvaders, die hadden moeten wijken voor de scholastische lijn. Aan deze studie- en leeropdracht moeten twee feiten worden toegevoegd: enerzijds de aflaathandel, de gruwel waarbij om allerlei geld goddelijke gaven afgekocht zouden kunnen worden, tot een eeuwigheidsaflaat toe; anderzijds de mislukking van het vijfde Lateraans Concilie, dat op hervormingen had doen hopen.

De aflaathandel was niet nieuw, hij ontstond reeds in de 6e eeuw bij Ierse christenen. Bij de kruistochten werd er een bijzondere aflaat ingesteld. Maar om vandaar te komen tot een volkomenaflaat via de jubelaflaat (of eeuwaflaat) met vrijkopen tot 50 jaar, dat wordt allemaal teveel voor onze pater (6).

In 1516 klinkt Luthers eerste preek hier tegen in. En op 24 februari 1517 wordt dat herhaald, wanneer Tetzel in de buurt is. Hierop vraagt Luther een openbaar debat aan via de uitgifte van zijn 95 stellingen in het Latijn (zijn 97 stellingen tegen de scholastiek van 4 september waren ingrijpender, maar deze 95 halen nu de pers). Over het aanslaan van de stellingen aan de slotkapel van Wittenberg zijn er door de jaren heen steeds meer twijfels ontstaan.

Helemaal naar de regel schrijft hij ook naar zijn bisschop van Mainz, maar er komt weinig reactie. Alleen verschijnen er al gauw ook vertalingen en de datum van 31 oktober 1517 wordt legendarisch. In Luthers situatie verandert er nog niets. Hij blijft voor alles een kind van zijn kerk, die er zijn bisschop op attent wilde maken dat er iets dreigde mis te gaan. Maar de stok is nu in het hoenderhok gegooid en voor het eerst in zijn leven (hij is nu 34 jaar) kan Luther niet meer terug.

Hiermee is in het jaar 1517 een daad gesteld, die zich reeds vier eeuwen lang had aangekondigd. De gedachte ervan bleef zolang zonder erkenning wegens de grote macht van de kerk en haar systeem. Pas nu, mede door toevallige omstandigheden, breekt binnen de gevestigde kerk een kreet los. Hierin hebben vooral de politieke toestand in Duitsland en de gespannen situatie in West-Europa een handje toe bijgedragen. Ook de invloed van de islam, die met man en macht in Oostenrijk lag, moet niet worden vergeten. Zonder deze politieke toestand had waarschijnlijk ook toen de reformatie geen kans gemaakt.

Dat Luther hier oog en respect voor gehad heeft, zal hem later nog wel eens worden verweten. Hij laat immers in zijn theologie voor de burgerlijke overheden hun opdracht als machtsapparaat. De mogelijk fictieve datum van 31 oktober 1517 mag nochtans een keerpunt heten. Ze wordt bevestigd door de op zijn minst ongelukkige antwoorden uit Rome.

Rome antwoordt

Via een aantal disputen probeert Rome de zaak van deze pater te beslechten. In 1518 te Augsburg tegenover Cajetanus, in 1518 te Altenburg tegen Miltitz, in 1519 te Leipzig tegenover J. Eck.

Luther kruipt nu in de pen en schrijft in 1520 drie werken:

a) Aan de christelijke adel ... in augustus (7), opgedragen aan de jonge Karel V. Hierin pleit hij voor een maatschappelijke hervorming, los van de kerk; waarbij hij een scherpe aanval richt op de kerkstructuur en vooral op de hiërarchische opbouw tot en met de paus.

b) Het tweede werk: Over de Babylonische ballingschap ... uit oktober (8), gaat in tegen de bestaande sacramentsleer. Naast het feit dat Luther het aantal van zeven sacramenten terugbrengt naar drie, neemt hij vooral de 'eucharistie' op de korrel. Zijn consubstantiatieleer wil de gevestigde transsubstantiatieleer verruimen. Dit sacrament van het 'avondmaal' speelt in deze eerste jaren der reformatie een zeer grote rol. Het is onderwerp van de talloze verhoren der ketters geworden. De aanduiding sacramentariër in allerlei beschuldigingen en processen geeft dit duidelijk aan. Hoewel de latere reformatie zelfs deze opvatting nog zal verruimen.

c. Het derde werk Over de vrijheid van een christen ... van november (9) handelt over de vrijheid die een christenmens heeft door het geloof, maar met de onderdanigheid in liefde tot de naaste.

In ditzelfde jaar verschijnt ook de ban-bul van paus Leo X (15 juni 1520). Doch Luther zal deze openbaar verbranden bij de Elsterpoort te Wittenberg op 10 december van datzelfde jaar, samen met de boeken van het canonieke recht. Zo waren er van hem ook al een aantal werken openbaar verbrand. De excommunicatie op 3 januari 1521 sluit deze fase van zijn leven af. Hij behoort niet langer tot de rooms katholieke kerk.

Nu is het aan de keizer om Luther uiteindelijk uit de weg te ruimen, want zijn omgeving wil hem niet naar Rome laten gaan. Die omgeving bestaat uit ordegenoten, studenten, maar stilaan ook politieke functionarissen. Luthers invloed wordt groter, ook in onze streken (10).

Luther wordt gedagvaard op de Rijksdag te Worms in 1521 (17 en 18 april), doch op de vraag of hij zijn werken herkent en ze wil herroepen, blijft Luther na bedenktijd onverzettelijk. In die tijd formuleerde hij zijn 'neen', met alle gevaarlijke gevolgen. Want inderdaad, hij wordt vogelvrij verklaard, prooi voor de kat, doch gered door zijn beschermheer, Frederik de Wijze, die de vrijgeleide niet vertrouwde. En toch durfde Karel V niet teveel te wagen, hij had Duitsland op dat ogenblik nodig. Zo belandt Luther op de Wartburg als jonker Jörg.

De Wartburg

Hier zal Luther gedurende enkele maanden op de studeerkamer verblijven om er de Bijbel in het Duits te vertalen. Hij begint met het Nieuwe Testament en daarna het Oude Testament. Voor alles wilde hij nu Gods Woord voor alle mensen toegankelijk maken. Hij zal dan ook de strijd tegen het analfabetisme in de banier voeren. Zijn bijdrage aan de Duitse taal met deze vertaling is niet te onderschatten. Werd het niet voor jaren het Duits van de omgangstaal, over de grenzen van de dialecten heen? De rijkdom van deze vertaling is dan ook vaak door filologen bezongen.

Doch in deze jaren op de Wartburg komen Luther de eerste tegenvallende berichten toe. Ordegenoten uit Antwerpen worden gevangen genomen. De meesten herroepen, drie echter niet. Twee van hen, Voes en van Esschen, beklimmen op 1 juli 1523 de brandstapel te Brussel, als eerste martelaren. Luther zal een lang lied van 12 strofen aan hen wijden, waarvan het begin als volgt klinkt (11):

Ein neues Lied wir heben an, Des walt Gott, unser Herre, Zu singen was Gott hat gethan Zu seinem Lob und Ehre. Zu Brüssel in dem Niederland Wohl durch zwei junge Knaben Hat er mit seinem Gaben Zo reichlich hat gezieret.

Naast de eerste martelaren had hij uit eigen kringen al een radicaliserende dweperij moeten ondervinden in de 'Zwickauer profeten' en hun eerste beeldenstormerij. Ook de Doperse beweging, die zich tegenover het Lutheranisme gaat opstellen met hun wederdoop, heeft hem pijn gedaan. Hun verwijt, dat de reformatie maar half gebeurde, geeft aanleiding tot zijn goedkeuring bij het mogelijk optreden van de overheid.

De boerenopstand

Maar het hardst van al is het verschijnen van de vaandels met de schoen in de in 1525 ontketende boerenopstand. Daarop had Luther geen antwoord. Opnieuw klonk er een halt van Luther en een oproep aan de overheden het verzet te smoren. Dat wordt hem natuurlijk niet in dank afgenomen.

Heb ik daarmee gesteld dat Luther een knecht van de vorsten is geworden? Geenszins, ook niet als het huwelijk van Filips van Hessen ter sprake komt. God moet vóór mensen gehoorzaamd worden en het recht mag nooit in eigen handen genomen worden. De overheid, zo zij God eert, heeft ook een legitieme opdracht.

Een probleem ligt er ook in de 'antisemitische' uitlatingen, die Luther verweten worden. Zij moeten worden gezien tegen de achtergrond van Luthers vruchteloze pogingen om de joden te christianiseren en te hervormen.

Eenzelfde patroon ligt er in Luthers felle opstelling in zijn breuk met Erasmus. Erasmus sprak zich nooit uit voor of tegen de reformatie. Maar als zijn De libero arbitrio verschijnt, komt er een krachtig antwoord van Luther met zijn De servo arbitrio. Een gebonden wil, die nochtans niet onvrij is, want "niet de mens neemt God aan, maar God neemt de mens aan" (12).

Luthers huwelijk, ook 1525

Midden tussen de troebelen van de boerenopstand doet Luther echter ook een andere stap, die in bepaalde anti-kringen wat stof tot spotternij heeft gegeven. Hij huwt een gewezen non, Catharina von Bora. Hij is nu reeds vijf jaar buiten de kerk gesteld en 42 jaar oud.

De 'Käthe' zal hem een thuisbasis bezorgen in het Augustijnerklooster van Wittenberg, dat zij als woonst van de keurvorst ontvangen. Woonst met o.a. bierbrouw-recht. Käthe zal dit soms ongemakkelijke huis weten uit te bouwen tot een ontvangstcentrum, een werkbasis en het thuis van een gezin en vele anderen.

Luther zal haar nog wel eens Herr Käthe noemen ... want zij wist van aanpakken. Ze is Luther tot steun geweest, ook in de moeilijke tijden die nu volgen. Want vanuit nogal persoonlijke initiatieven is Luther nu de pater (vader) van een hele beweging geworden, waarin het niet altijd rozengeur en maneschijn was.

Naast Luther en zijn medestanders en tegenstanders zijn ook elders in Europa reformatoren opgestaan. Het lutheranisme stond niet langer alleen. De spanningen met deze andere reformatorische bewegingen komen hier verder niet aan de orde, maar Luther heeft er zeker mee te maken gehad. In die aangelegenheden bleek hij vaak toleranter dan zijn directe medewerkers als Melanchton en Joachim Westphal.

In onze streken zal het lutheranisme echter wegebben en plaatsmaken voor enerzijds de doperse beweging, anderzijds het calvinisme, zoals dat een uitloper werd van het zwinglianisme.

Naderhand blijkt de jonge Luther vaak milder te zijn dan de oudere Luther. In een kwestie als die van Copernicus gebeurt het omgekeerde. Na de veroordeling van Copernicus' visie op het zonnestelsel en aanverwanten zal hij deze visie voorzichtig nuanceren.

Reeds in Worms zou Luther zich verontschuldigen, wanneer hij wat grof in woordgebruik of uitspraken is. Het kenmerkt vaak zijn tijd en de geschriften uit zijn tijd. Hij heeft een afschuw van polemiek en zal zelf eens verklaren: "Ik loochen het niet dat ik heftiger uitval dan wel mocht ... ze hadden de hond niet mogen plagen" (13). Het is in de polemiek dat hij soms grof is, nooit in de prediking of lering.

Na 1526 tot 1546

Wij mogen gerust stellen dat na 1526 de kaarten als het ware geschud zijn. De laatste twintig jaar van zijn leven geven Luther nog wel wat problemen en disputen, maar het lutheranisme neemt nu een eigen vlucht. In Duitsland is de eenheid helemaal weg en staan de protestantsgezinden bij tijd en wijlen tegenover de roomsgezinde vorsten.  In 1529 verschijnt Luthers grote catechismus en hij beëindigt in 1534 zijn Duitse vertaling van de hele Bijbel.

18 februari 1546

Met het jaar 1546 loopt Luthers leven naar zijn einde. De gezondheid verzwakt, maar de geest blijft scherp. Vlak voor zijn sterven herhaalt hij enkele malen de woorden uit Lukas 23: 46: "Vader, in uw handen beveel ik mijn geest". Wanneer Justus Jonas, een vriend, hem aan het oor vraagt of hij in het geloof in Christus wil sterven en of hij blijft bij alles wat hij geleerd heeft, klinkt nog eenmaal een krachtig "ja". Dit zou zijn laatste woord zijn geweest. Het was 18 februari 1546, 's nachts om drie uur. Luther was niet meer. Hij werd op 22 februari in Wittenberg begraven.

Enkele nabeschouwingen

Blijft nog de vraag of Luther nog rooms-katholiek was, omdat vele medestanders en tegenstanders hem als zodanig blijven zien. Vergeten wij hierbij niet dat heel wat zaken waar hij voor stond thans verworven rechten zijn. Zo versnelt een revolutie altijd de dingen, waar de normale gang van zaken meer tijd voor nodig heeft. Toch kunnen we niet zeggen dat Luthers werk geen zin meer heeft.

Centraal staat bij Luther Gods Woord. Zijn kerk bestaat slechts door Woord en Sacrament. De Bijbel staat boven de structuur en boven elke vorm van theologiseren. Het gaat uitsluitend om het geloof. Daarbij gaat God ons in alles voor: 'Soli Deo Gloria'. Zo staat geloof tegenover goede werken, Gods bemoeienis tegenover het kunnen en kennen van de mens, het algemeen priesterschap tegenover de hiërarchie, Gods Woord tegenover alles. Luther wil een algemene ontvoogding van mens en gelovige, zowel op kerkelijk als op menselijk vlak. Zo was hij voor alles trouw aan de door hem zo moeizaam verworven inzichten (uit de Bijbel) en daarom werd hij hervormer, tegen wil en dank.

Hij was én een man van durf én een man van terughoudendheid. Heel zijn leven heeft hij telkens opnieuw aan een duidelijke reflectie gedaan. De dingen wikkend en wegend waar hij mee bezig was. Hij heeft zich nooit overschat, is menselijk gebleven, niet blind voor de consequenties van zijn denken en doen, die hem bij tijd en wijlen ook beangstigden. Hij twijfelde eerder aan zichzelf dan aan de zaak waar hij voor stond. Het is alsof hij zichzelf telkens moest overwinnen. Naast theoloog was hij ook pedagoog en een groot musicus.

Alles ten spijt is Luther slechts een aanzet geworden. In de daarop volgende decennia moest hij worden uitgewerkt. Wij kunnen slechts betreuren dat zijn opvolgers vaak radicaliseerden en zo spanningen hebben doen ontstaan, die de reformatie en de vernieuwing niet steeds ten goede kwamen. Ook de reformatie was niet volmaakt. Maar wat Luther zei moest gezegd worden, daar is vriend en vijand het vandaag over eens (14). Hij was een kind van zijn tijd bij het afleggen van de middeleeuwen en de komst van nieuwe tijden. In velerlei opzicht een groot man, niet in het minst in zijn contact met de kleine mens.

* Antwerpen, 28 februari 1983. Deze tekst is een bewerking van de inleiding, die de schrijver mocht houden voor de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding te Antwerpen.

(1) Pater is een kloostergeestelijke, maar betekent in vertaling uit het Latijn ook 'vader'. Luther de pater, die de vader van een nieuwe beweging werd.

(2) Stelling, vooral verdedigd en uitgewerkt door Heiko A. OBERMAN, Luther, Mensch zwischen Gott und Teufel, Berlin, 1982.

(3) Leif GRANE, University and Reformation, Leiden, 1981.

(4) Biografieën die hier verwerkt werden: W.J. KOOIMAN, Luther, zijn weg en zijn werk, Amsterdam, 1962; Gerhard RITTER, Luther in leven en werk, Antwerpen-Utrecht, 1959; J.P. BOENDERMAKER, Luther, Brieven uit de beslissende jaren van zijn leven, Baarn, 1982; H.A. VAN BAKEL, Lutherlegenden, bij de 400-jarige herdenking van Luthers sterfdag, 18 februari 1546, Haarlem, 1946.

(5) Thomas M. LINDSAY,  A History of the Reformation, Edinburgh, 1963.

(6) In het Lutherjaar 1983 gaf de paus opnieuw een jubelaflaat uit.

(7) An den Christlichen Adel Deutschen Nation, von der Christlichen Standes Besserung. Tussen haakjes zij gesteld dat Luther in ditzelfde werk ook opkomt voor de democratisering van het onderwijs, waarbij zelfs aan meisjesscholen wordt gedacht.

(8) De captivitate Babilonica ecclesiae, waarvan onder andere een vertaling in C.N. IMPETA, ingeleid door W.J. KOOIMAN, Dr. Maarten Luthers werken, Kampen, 1959.

(9) Von der Freiheit eines Christenmenschen, C.N. IMPETA, ibidem.

(10) C.Ch.G. VISSER, Luthers geschriften in de Nederlanden tot 1546, Assen, 1969.

(11) Ter gedachtenis van de eerste martelaren voor de hervorming Hendrik Voes en Jan van Esschen, Herdenking op 1 Juli 1923, Brussel, 1923, bijlage 1.

(12) Vgl. de opmerking hierover bij J.N. BAKHUIZEN VANDEN BRINK, Handboek der kerkgeschiedenis, 's-Gravenhage, 1945, pag. 26-27; J. HUIZINGA, Erasmus, Rotterdam, 1978, pag. 183-191.

(13) Dit citaat komt, als andere, uit H.A. VAN BAKEL, Lutherlegenden, zie eerder.

(14) Zei ook de recensie van Luther en het gereformeerd protestantisme, 's-Gravenhage, 1982. Recensie op te nemen door de Stem, maandblad van de Verenigde Protestantse Kerk in België, waarschijnlijk in het oktober-nummer.

 

W. Willems