dominicaanse kerk brusselOp 28 oktober wordt de Hohe Messe gespeeld door het Hildebrandt Consort o.l.v. Wouter de Koninck. Hij heeft dit oorspronkelijke orgelstuk bewerkt voor een klein koor met instrumenten. Hij noemde het 'Grote mis voor Bach en Luther'. Bach, als bewonderaar van Luther en zijn werk, schreef dit werk in 1739 als een reeks orgelbewerkingen van Lutherse koralen.

Van Luther is bekend dat hij luit speelde. Binnen zijn opleiding had hij onder meer aan de Universiteit van Erfurt de muziektheorie van "de ouden" bestudeerd. Verder is er een passage uit een van de tafelredes, waarbij hij (onze Vlaamse) Josquin (Desprez/Joske Vandevelde) tot quasi goddelijke status verheft. Daarnaast lezen we talloze zinsneden van hem, waarin hij de muziek op dezelfde hoogte inschat als de theologie.

Al deze evidenties hebben wij aan de al even evidente muziek verbonden. Het gekozen decorum echter is niet dat van een kerk, maar wel een zondagnamiddagse huiskamer met de (soms devoot) musicerende familie rond de tafel: een klank-prentje waarop je Luther hoort meespelen.

Een gezelschap van vier musici heeft vanuit deze gedachten een echt 'reformatieconcert' samengesteld onder de titel 'De Wittenbergse nachtegaal'. Uitgevoerd worden werken van Josquin, Pierre de la Rue, Agricola, Walter, Senfl en Luther.

De uitvoerders zijn:

  • Adelheid Glatt en Xavier Verhelst, viola da gamba
  • Bart Roose, luit
  • Ludwig Van Gijsegem, tenor
  • Jan Devlieger, klavecimbel en orgel
  • Marcel Ketels, fluiten

U kunt het gezelschap uitnodigen voor een concert. Nadere informatie en de prijs vindt u in de volledige beschrijving in PDF.

johann sebastian bach 345Bach wordt in een muzikantenfamilie geboren in Thüringen. Zijn ouders sterven al op jonge leeftijd en Johann Sebastian komt bij zijn broer te wonen, die organist is. Dat wordt op zijn 18e ook zijn eerste functie: organist in Arnstadt. In 1706-1707 maakt hij vandaar zijn beroemde voetreis naar Lübeck (250 km lopen!), waar indertijd Buxtehude werkte. In 1707 trouwt hij met zijn nicht Maria Barbara. Zijn tweede plaats waar hij het orgel bespeelt is Mühlhausen, maar daar blijft hij niet lang. In 1708 gaat hij naar Sachsen-Weimar als hoforganist en men ziet hem tegen die tijd al als een uitzonderlijk musicus. Elke maand moet hier een cantate geschreven worden. Omdat Bach er geen promotie blijkt te kunnen maken, vertrekt hij tegen ieders zin naar Köthen in 1717 en wordt er hofkapelmeester. Dat houdt in dat hij zich vooral met wereldse muziek moet bezighouden.